Auke Kok (column) 'Sierhuis en het grote vraagteken'

Auke Kok is schrijver en columnist. Hij schreef onder meer het boek ‘Tussen godenzonen (Uitgeverij Thomas Rap), nadat hij in het seizoen 2012-2013 intensief met het Ajax-elftal was opgetrokken. Eerder verscheen 1974. Wij waren de besten, de voetbalklassieker waarvoor hij de eerste Nico Scheepmaker Beker kreeg.

Sierhuis en het grote vraagteken

Hij noemt zichzelf een sterke spits. Dat getuigt van zelfkennis. Kaj Sierhuis ís ook een sterke spits. De doelpuntenmaker van Jong Ajax voelt aan waar de bal zal komen, dus daar gaat hij staan. Dat lijkt nogal voor de hand liggend, een inkoppertje, maar het vloeit voort uit een instinct dat iedere sterke spits heeft. En hij is prima aanspeelbaar met de rug naar de goal en kan een bal goed bij zich houden. Sterk dus.

Aan de andere kant, de in Jisp, Noord-Holland, opgegroeide Kaj Sierhuis noemt zichzelf geen briljante spits. Ook dat is zelfkennis. En zo bezien is het bijna raar dat de blonde, robuuste nummer negen al jaren op De Toekomst rondloopt en dit seizoen weleens zijn debuut in de ArenA zou kunnen maken. Want de vastberaden, buiten het veld regelmatig de clown uithangende Sierhuis is niet wat ze bij Ajax een typische Ajaxspits noemen. Sierhuis weet dat. Daarom zegt hij ‘Ik weet niet wat een Ajaxspits is.’Dat weet hij natuurlijk best, want hij is behalve sterk ook slim. De student Economie en Bedrijfskunde probeert met zulke uitspraken uit de schaduw van Johan Cruijff, Marco van Basten en Patrick Kluivert te blijven. Dat waren ‘echte Ajaxspitsen’. Alleskunners die ook nog eens veel scoorden. Kaj Sierhuis, enkele jaren terug bijna weggestuurd wegens zijn beperkingen, oefent hard op het uitspelen van verdedigers. Anders zullen ze ook na zijn debuut nog blijven zeggen: leuk hoor, al die goals, maar ja, geen Ajaxspits. Kortom, wordt de bij Ajax gevormde spits een echte Ajaxspits? We gaan het zien.