'Ajax gaat door' - interview met Marcel Keizer

Het kan snel gaan in de voetbalwereld, zo ondervond Marcel Keizer toen hij afgelopen juni terugkeerde van vakantie als trainer van Jong Ajax en hoorde dat hij direct aan de slag kon bij het eerste elftal. Amsterdam ArenA sprak met de nieuwe hoofdtrainer van Ajax.

De start van de voorbereiding van het nieuwe voetbalseizoen was door het ongeluk van Appie (Abdelhak) Nouri zwaar en verdrietig en het drama is nog niet verwerkt’, zegt de nieuwe trainer van Ajax, Marcel Keizer. ‘Gelukkig gaan we inmiddels wel allemaal de goede kant op. We hebben ook geen keuze, want we zijn Ajax en we moeten blijven presteren. De wedstrijden gaan door. We hebben met z’n allen geprobeerd zo snel mogelijk te schakelen. En dat valt niet mee. Niemand vergeet Appie. Maar het ergste is dit natuurlijk voor Appie zelf en zijn familieleden.’

De transfermarkt is dicht. De nieuwe namen zijn bekend. Ajax heeft de volgende spelers aangetrokken: de Oostenrijker Maximilian Wöber van Rapid Wien als verdediger, de Colombiaan Luis Manuel Orejuela García van Deportivo Cali als rechtervleugelverdediger, de Noor Dennis Johnsen van Heerenveen als linksbuiten, Siem de Jong van Newcastle UTD als aanvallende middenvelder, Klaas-Jan Huntelaar van Schalke 04 als centrumspits en twee keepers: Benjamin van Leer van Roda JC en Kostas Lamprou van Willem II. De verhuurde linksback Mitchell Dijks kwam terug van Norwich City. Welke nieuwe spelers worden aangetrokken, wordt bij Ajax bepaald door het technisch hart en dan met name door directeur spelersbeleid Marc Overmars. Ajax laat zich bij het zoeken van nieuwe spelers adviseren door de eigen (inter)nationale scouts. Uiteraard geeft de trainer ook zijn voorkeur voor spelers aan, maar de beslissing ligt bij Overmars en de overige leden van het technisch hart.



Sinds de transferwindow is gesloten, konden we pas echt aan de slag om de juiste formatie te vinden met Ajax’, vertelt Keizer. ‘Welke kwaliteit hebben we in huis en welke opstelling gaat het beste werken? Kortom hoe gaan we ervoor zorgen dat we aanvallend aantrekkelijk voetbal spelen en onze doelstellingen halen. De eredivisie is nog maar net begonnen, dus alles ligt nog open. Maar het is wel zo dat tegenstanders in de eredivisie tegen Ajax altijd nog gemotiveerder spelen dan tegen andere clubs uit de competitie, dus we zijn op alles voorbereid. We hebben met elkaar in de korte tijd dat we samenwerken al veel meegemaakt. Maar ongeacht wat er gebeurt en wat er gebeurd is, we gaan absoluut voor het landskampioenschap.’

Er wordt minimaal één keer, soms twee keer per dag getraind. De oefeningen zijn altijd gericht op ontwikkeling: spelpatronen, fysieke, technische en tactische vooruitgang. Keizer: ‘Daarnaast krijgen alle spelers individuele begeleiding of trainen ze in kleinere groepjes. Dat kan een training zijn in passen, of puur tactiek, koppen, krachttraining of behendigheid. Er is een plan voor het team en een programma voor elke individuele speler. Ik word daarbij ondersteund door een grote staf van onder meer assistent-trainers, fysieke trainers, een keepertrainer en ook een medisch team. Het motto van alle trainingen bij Ajax is: “iedere dag jezelf verbeteren”.’



Marcel Keizer

Marcel Keizer (Badhoevedorp, 1969) was het afgelopen seizoen als trainer verantwoordelijk voor Jong Ajax. Met het Beloftenelftal pakte hij een periodetitel en het team eindigde op de tweede plaats in de Jupiler League. Voor zijn komst naar Amsterdam was Keizer werkzaam als hoofdtrainer van FC Emmen en daarvoor als hoofdtrainer van SC Cambuur Leeuwarden, waar hij eerder als technisch manager actief was. Van 2012 tot 2014 was Keizer hoofdcoach van SC Telstar. Zelf speelde Keizer in de jeugdopleiding van Ajax. Op 10 april 1988 debuteerde hij in het eerste elftal. In totaal speelde hij vier officiële wedstrijden in het eerste. In 1989 vertrok hij naar Cambuur Leeuwarden. Via De Graafschap en FC Emmen sloot hij zijn loopbaan als speler in 2002 af, waarna hij zijn trainerscarrière begon. Marcel Keizer is getrouwd en heeft twee studerende zoons, die voetballen bij de club in hun dorp.